Belgische roeiers op de Olympische Spelen

Belgische roeiers op de Olympische Spelen

Lijst van de Belgische Olympische roeiers

Athene 1896

Reeds op de eerste moderne Olympische Spelen, die van 1896 in Athene, waren er roeiwedstrijden. Het roeien behoort aldus tot de tien sporten die van in het begin Olympisch waren. De roeiwedstrijden (1x, 2x en 4+) waren voorzien in de baai van Zea over 2.000 meter in vier banen, en enkel voor heren (dames moesten nog 80 jaar wachten). Door aanhoudend slecht weer en de te hoge zee werden de wedstrijden echter afgelast! Hoe dan ook was er geen Belgische deelname voorzien (evenmin als in de andere disciplines).

Parijs 1900

Op de Spelen van Parijs 1900 waren er roeiwedstrijden voorzien in 1x , 2+, 4+ en 8+ op een baan van 1.750 meter op de Seine in Courbevoie. De deelnemers waren niet echt nationale ploegen maar clubteams die hun land (in totaal acht) vertegenwoordigden. Als enige Belgische ploeg deed Club Gent mee, die zilver behaalde in de 8+. Er waren ook juniorwedstrijden (met o.m. goud voor Union Nautique Brussel in 8+), doch deze wedstrijden werden niet erkend door het IOC. Saint-Louis 1904De Spelen van 1904 werden gehouden in St-Louis, met roeiwedstrijden op het Crève-Coeurmeer in 1x, 2x, 4- en 8+ over een afstand van twee mijl (3.218 m.). Omdat op één Canadese boot na alle deelnemers Amerikanen waren heeft het IOC deze wedstrijden uiteindelijk niet erkend.

London 1908

De Spelen van 1908 werden georganiseerd in Londen, zodat het roeien vanzelfsprekend doorging op het heilige water van Henley-on-Thames over een afstand van 1,5 mijl (2.413 meter). Traditioneel wordt er daar per twee geroeid volgens het knock-out systeem. De verliezers van de halve finales roeiden niet tegen elkaar zodat er officieel geen bronzen medaille was. In de tabellen werd de beste verliezer wel als derde gerangschikt. Merkwaardig is dat ook de tweede geen medaille kreeg. Het goud was immers voor de roeiers van de winnende ploeg en het zilver voor de stuurman. Er werd geroeid in 1x, 2+, 4- en 8+. Negen landen namen deel die elk twee teams mochten inschrijven. België deed mee in skiff met Joseph Hermans van CRB, die niet door de schiftingen kwam, en in 8+ met een ploeg van Club Gent, die, zoals in Parijs, de tweede plaats behaalde. Oscar Desomville en Rodolphe Poma waren de enige roeiers die ook tot het team van 1900 behoorde. Op te merken valt dat een door de kabinetchef van de koning gesteunde poging om, in navolging van Henley 1906 en 1907, een combinatieploeg Club-Sport te zenden mislukte. Wellicht was er dan goud gehaald …

Stockholm 1912

Tijdens de Spelen van 1912 in Stockholm werden de roeiwedstrijden gehouden in Djurgärdsbrunnviken over 2.000 meter, wat vanaf toen de Olympische afstand werd. Er waren wedstrijden in 1x, 4+, 8+ en (voor de enige maal) 4+ zonder uitleggers. Veertien landen namen deel met Belgen in de skiff en de gestuurde vier. Polydore Veirman van Club Gent behaalde zilver in skiff. De 4+ was van Sport Gent met Guillaume Visser, Georges Vanden Bossche, Edmond Van Waes, Georges Willems en stuurman Neytens, die in de tweede ronde sneuvelden.

Antwerpen 1920

De Olympische Spelen van 1920 werden te Antwerpen gehouden, maar omdat er daar geen geschikte wedstrijdbaan was (het Albertkanaal was nog niet gegraven) gingen de wedstrijden door op het kanaal in Brussel aan Marly tegenover de clubhuizen van Royal en Union. De disciplines waren nu 1x, 2+, 2x, 4+ en 8+, met veertien deelnemende landen. België deed mee in iedere wedstrijd, telkens met een homogene clubploeg. In skiff was dat Jacques Haller van Club Gent. Sport Gent leverde de 2+ met de gebroeders Oscar en Georges Vandenbossche en stuurman René Van Damme. In de dubbeltwee streed een ploeg van RSN Brussel, in vier Club Gent en in acht CR Brussel. Alhoewel het voor de Belgen een thuismatch was en er aan alle wedstrijden werd deelgenomen, geraakte geen enkele ploeg door de schiftingen.

Parijs 1924

De Olympische Spelen van 1924 werden weer in Parijs georganiseerd, maar de roeiwedstrijden werden nu gehouden in Argenteuil en betwist in vier banen. Zestien landen vaardigden roeiers af. Er waren zeven disciplines voorzien: 1x, 2-, 2+, 2x, 4-, 4+ en 8+, wat zo zou blijven tot en met de Spelen van 1972. Belgen namen deel aan elk van de drie wedstrijden met gestuurde boten maar haalden geen enkele finale. Nochtans was voor het eerst met mixte ploegen gewerkt. De 4+ bestond uit roeiers van Meuse en van UN Luik, de acht uit Club en Sport Gent. Voor Sport waren dat Robert Swartelé, Albert Geinger, Hippolyte Schouppe en Léon Lippens. De 2+ was wel homogeen en wel van Sport Gent met Eugène Grabriëls en Alphonse De Wette en stuurman Maurice Delplancke.

Amsterdam 1928

Op de Olympische Spelen van 1928 te Amsterdam werden de roeiwedstrijden gehouden aan de Ringvaart bij Sloten met slechts twee banen, zodat het knock-out systeem van Henley werd toegepast. Nu werden er wel wedstrijden voor de bronzen medaille gehouden. Het aantal deelnemende landen was gestegen tot 21. De Belgen waren er in alle disciplines bij behalve de 4-, dus waren er 22 Belgische atleten met 6 teams, de grootste delegatie ooit. De teams waren opnieuw homogene clubploegen. Brons werd gehaald in de 2+ van Union Nautique Brussel met Léon Flament, François De Coninck en stuurman Georges Anthony. Het tweede beste resultaat voor België werd behaald door een ploeg van Sport Gent in de 4+ met Jean Bauwens, Theo Wambeke, Alphonse De Wette, Charles Van Son en stuurman Maurice Delplancke, die vijfde eindigden (op elf deelnemers). De overigen overleefden de schiftingen niet, te weten de skiffeur van Meuse, de par-oar van CRB, de dubbeltwee van KRB en de acht van Meuse.

Los Angeles 1932

Op de Spelen van Los Angeles in 1932 vonden de roeiwedstrijden plaats op de nieuwgebouwde roeibaan van Long Beach. Er werd geroeid in vier banen. Er waren geen Belgische deelnemers. Amper dertien landen namen deel.Berlijn 1936Op de Spelen van 1936 te Berlijn werd er geroeid op de roeibaan van Grünau, met, voor het eerst, zes wedstrijdbanen. Er waren 23 deelnemende landen. Belgen waren er in 2- met de Antwerpenaren Thissen en Van Herck en in 4+ met de legendarische big boys René Vingerhoet, Paul Siebels, Willy Collet, Jean de Rode en stuurman Henri Peeters, toen van Vilvoorde, later van Royal. Beide ploegen gingen er in de schiftingen uit.

London 1948

Tijdens de Spelen van Londen in 1948 werd er opnieuw geroeid in Henley, de enige plaats waar tot dusver twee maal Olympisch geroeid is. Er waren nu drie banen. Voor het eerst op Olympische roeikampioenschappen werden de wedstrijdbanen met boeien afgebakend. Belgen namen deel aan de 2- (Van Antwerpen en Rosa) en 2x (Ben Piessens en Willy Collet, twaalf jaar na Berlijn), doch bereikten geen finale.

Helsinki 1952

Op de Spelen van Helsinki in 1952 werd er geroeid in Meilhati, waar vijf banen waren. Eenendertig landen namen deel. In liefst vijf disciplines (1x, 2+, 2-, 2x en 4-) kwamen er Belgen aan de start, hetzij 12 atleten waarvan 10 uit Antwerpen. Een ploeg, de ongestuurde twee met Michel Knuysen en Robert (Bob) Baetens (beiden van Antwerp Sculling - nu ARV), haalde niet alleen de finale maar zelfs de zilveren medaille. Hun clubgenoten Jacobs en Mattelé met stuurman Van Dooren bereikten de halve finale. De overige drie teams haalden de tweede ronde. Tot nu toe de beste collectieve prestatie op een olympiade.

Melbourne 1956

Op de Spelen van 1956 te Melbourne werd er op het Lake Wendooree in vier banen geroeid. Het aantal deelnemende landen daalde tot vijfentwintig. Belgische deelnemers waren er in elk van de drie disciplines met twee roeiers. In 2+ bereikten de gebroeders Antoon en Lieven Ven met stuurman Van Thillo de halve finale. Knuysen en Baeten traden opnieuw aan in 2- maar sneuvelden nu in de schifting evenals de Oostendse broers Henri en Fernand Steenacker in dubbeltwee.

Rome 1960

Vanaf de Spelen te Rome in 1960 werd er steeds op zes wedstrijdbanen geroeid. Er waren 33 deelnemende landen. Op het Lago Albano waren voor het eerst de boeien met elkaar verbonden waardoor ze op een perfecte lijn lagen, tot op heden gekend als het Albanosysteem. Belgen namen deel aan de 2+ met de Oostendenaars Bollenberg, Luca en stuurman Pollet (uitgeschakeld in de schiftingen) en de 2x met de Luikenaars Higny en Lemaire (die de finale bereikten en daar zesde eindigden).

Tokyo 1964

De Spelen te Tokyo in 1964 lieten de roeiers aan het werk op de Toda roeibaan. Achtentwintig landen namen deel. Voor het eerst werden er ook B-finales geroeid, waarin voor de 7e tot de 12e plaats gestreden werd. Zo kunnen we melden dat de enige Belgische ploeg (een Antwerps-Luikse combinatie in de 2x) negende eindigde. Een wellicht veel betere prestatie had bereikt kunnen worden indien de 4- niet thuisgehouden was. Deze ploeg (met o.m. Dirk Rynwalt van Sport Gent en de gebroeders Lenders, toen nog van Club Gent) was vierde geëindigd in Luzern en had op het Europees Kampioenschap in Amsterdam de Britten geklopt (die in Tokio zilver haalden!). De niet-selectie had niets met roeien te maken maar met bepaalde evenwichten die het BOIC toen hanteerde waardoor voorrang gegeven werd aan een hockeyploeg.

Mexico 1968

Op de Spelen van 1968 in Mexico werd er geroeid op de Virgilio Uribebaan te Xochimilco. De enige Belg, de Brusselaar Claude Dehombreux (die uiteraard in skiff roeide), raakte niet door de schiftingen. Er namen 29 landen deel.München 1972De Spelen van München in 1972 brachten de roeiwedstrijden op de baan van Oberschleissheim-Feldmoching met roeiers uit 35 landen. De enige Belgen roeiden in 2x met Dehombreux en Heyché (die de B-finale bereikten en negende werden op negentien deelnemers) en in 2+ met Paul De Weert en Wilfried Van Herck en stuurman Guy Defraigne (die niet door de schiftingen raakten).

Montréal 1976

De Spelen van 1976 te Montréal waren voor het Olympisch roeien innoverend. Niet zozeer omdat er op het Bassin Olympique van l'Ile Notre Dame (speciaal gegraven voor de Spelen waarbij het Belgisch paviljoen van de Wereldtentoonstelling 1967 werd afgebroken) voor het eerst acht disciplines bij de heren waren (de 4x kwam erbij) maar omdat er voor het eerst damesroeien was en dit meteen in zes disciplines (1x, 2x, 2-, 4x+, 4+ en 8+), zij het over 1.000 meter. Dit was zeker niet te vroeg want de FISA organiseerde reeds sinds 1954 Europese kampioenschappen in het damesroeien. Bij die dames geen Belgen, wel bij de heren in 1x, 2x en 4-. De selectie van de 4- had heel wat voeten in de aarde gehad. Een bikkelharde strijd was gevoerd tussen Sport Gent met Marc Oosterlinck, Noël Wijckhuyse, Guy Van Laere en Patrick Rombaut en ARV met Johan Ghoos, Paul De Weert, Bob Jordaens en Frank Dedecker. Uiteindelijk werd de homogene ploeg van ARV geselecteerd voor de Spelen door het Olympisch celhoofd van het Belgisch roeien, Bob Baetens (ook van ARV). De evidente keuze was nochtans een combinatieploeg geweest. Alle Belgen haalden de B-finale met voor de skiffeur (ten derde male Dehombreux) en de dubbeltwee (de Gents-Brugse combinatie Willems-Vermeersch) een twaalfde plaats en voor de 4- een tiende plaats. Er waren 31 deelnemende landen.

Moskou 1980

De Olympische Spelen van Moskou in 1980 leden onder de boycot van heel wat westerse landen, zodat het aantal deelnemende landen daalde tot 25. Het roeien vond plaats op de Krylatskoje roeibaan. Er werd geroeid in dezelfde disciplines als in Montréal. België boycotte de Spelen niet, maar vaardigde geen roeiers af. Nochthans zat de 4- van Sport Gent met Marc Oosterlinck, Guy Van Laere, Noël Wijckhuyse en Mark Verhoeyen reeds in 1979 in de pre-selektie voor de Spelen maar tijdens een trainingskamp in Banyolas haakte Mark Verhoeyen af en een vervanger werd niet meer gevonden.

Los Angeles 1984

De Spelen van 1984 te Los Angeles leden onder de boycot van de Oostbloklanden (behalve Roemenië, een sterk roeiland), waardoor er 29 deelnemende landen waren. De roeiwedstrijden vonden plaats op het meer van Casitas in de zelfde disciplines als in 1976 en 1980. De Belgen waren er bij de dames 1x, met Ann Haesebrouck die brons haalde, bij de heren in 2+ (de broers William en Guy Defraigne van Club Gent) die tiende werden, en de 2X (Pierre-Marie De Loof en Dirk Crois) die zilver haalden. De drie Belgische medaillewinnaars (de eersten in 32 jaar!) waren allen lid van de Brugse Trim en Roeivereniging (BTR), een vereniging die pas in 1976 was opgericht.

Seoul 1988

Op de Spelen van Seoul in 1988 was (bijna) iedereen weer present, zodat het aantal van 38 deelnemende landen werd bereikt. Er werd geroeid op de Han rivier. Bij de dames werd van nu af aan ook op 2.000 m. geroeid. Bovendoen werd de 4x+ vervangen door de 4x. Belgen waren er bij de dames 1x en 4x+ en de heren 1x en 2-. De skiffeuse was Rita Defauw van Sport Gent, die negende eindigde. Zonder de naweeën van een ongeval kort voor de Spelen had ze zeker de finale gehaald, wat blijkt uit de medailles die ze nadien op de wereldkampioenschappen haalde. De gestuurde dubbelvier dames (Bredael, Focqué, Haesebrouck en Vandermoere) haalde de A-finale en werd er zesde. Dirk Crois, nu skiffeur, geraakte niet door de schiftingen terwijl de 2- met Alain Lewuillon en Wim Van Belleghem (getraind door Guido Terryn) de A-finale haalde en met de vierde plaats net naast het brons greep.

Barcelona 1992

De Olympische Spelen van 1992 gingen door in Barcelona, met roeiwedstrijden op het Estany de Banyolas. Het recordaantal van 45 deelnemende landen werd bereikt. Eén wijziging in de disciplines: bij de dames werd de 4+ vervangen door de 4-. Vier Belgische teams aan de start. Bij de dames een dubbeltwee Govaert-Haesebrouck, die negende eindigde, en een skiff, die zilver haalde (met Annelies Bredael, aangesloten bij TRT Hazewinkel). Bij de heren een dubbelvier, die twaalfde werd, en een 2- Goiris-Van Driessche die de A-finale haalde en daarin vierde werd.

Atlanta 1996

De Olympische Spelen van Atlanta in 1996 lieten de roeiers aan het werk op het Lake Lanier, bijna 90 km van Atlanta verwijderd. Het aantal deelnemende landen was opnieuw 45. Belangrijke innovatie was het opnemen van het lichtgewichtroeien op de het Olympisch programma. Niet bepaald vroeg als men weet dat lichtgewichten reeds op de wereldkampioenschappen streden sinds 1974 (heren) en 1985 (dames). De wedstrijden voor lichtgewichten werden beperkt tot de 2x en de 4- bij de heren en de 2x bij de dames. Tezelfdertijd werd bij de heren de 2+ en de 4+ en bij de dames de 4- geschrapt, zodat het aantal disciplines op 14 bleef (8 heren en 6 dames). Er kwamen drie Belgische teams aan de start, die alle in de halve finale sneuvelden. Bij de heren werd de dubbeltwee Symoens-Hendrickx tiende, terwijl de ongestuurde twee Goiris-Van Driessche de B-finale won (zevende plaats). Bij de dames eindigde de skiffeuse Bredael achtste.

Sydney 2000

Tijdens de Olympische Spelen 2000 in Sydney was het roeien voorzien in het Regatta Centre te Penrith. De disciplines waren dezelfde als die van Atlanta. Ofschoon de FISA, in tegenstelling met andere sportbonden, strenge normen oplegde, waren er 51 deelnemende landen, een nieuw record, met meer dan 550 roeiers. De Belgische deelname was beperkt tot één ploeg, de 4x heren met Duchene, Hendrickx, Symoens en Goiris, die negende eindigde. Hét evenement was de vijfde gouden medaille op rij voor de Brit Steve Redgrave, waarvoor IOC-voorzitter Samaranch de 45km verplaatsing naar Penrith maakte om persoonlijk de medailles uit te reiken.

Athene 2004

Het tornooi werd gehouden op de nieuw aangelegde roeibaan van Schinias, nabij Marathon. Er werd gevreesd dat de felle wind de onbeschermde en in een kaal landschap gegraven baan dermate zou storen dat de wedstrijden in het gedrang kwamen. In 2003 was het WK juniors, dat als Olympische testregatta doorging, een catastrofe geworden. Gelukkig bleven de windproblemen beperkt tot één dag, waarbij het uurrooster van de herkansingen diende aangepast te worden. Tijdens de finaledagen waren de omstandigheden echter ideaal.

De FISA bleef vasthouden aan strenge selectiecriteria, maar desondanks bereikte het aantal deelnemende landen nogmaals een recordhoogte, namelijk 55, en dit uit alle continenten. Opmerkenswaardige gebeurtenis van deze Spelen was de vijfde gouden medaille voor de Roemeense Elisabeth Lipa die daarmee het exploot van Sir Steve Redgrave evenaarde.

De Belgische deelname was beperkt tot twee (heren)ploegen, uitsluitend met Brugse roeiers. Pas een tiental weken vooraf hadden ze hun selectie bekomen. Lange tijd was er voor gevreesd dat er géén Belgische deelname zou zijn. Voor het eerst nam er een Belgische lichtgewichtploeg deel en wel in dubbeltwee met Justin Gevaert en Wouter Vanderfraenen. Het objectief van minstens de B-finale te bereiken werd niet gehaald. Het eindresultaat was derde in de C-finale, hetzij vijftiende op 21 in totaal. Skiffeur Tim Maeyens (amper 23 jaar) bereikte onverhoopt de A-finale, waardoor voor het eerst sinds lang de roeisport ruime belangstelling wekte in de Vlaamse sportmedia. Hij eindigde op de zesde plaats in een finale die bezaaid was met roeiers die al ontelbare titels en medailles hadden gewonnen.

Peking 2008

De nieuw aangelegde roeibaan van Shunyi, op 36 km van Peking, bleef niet onbesproken. De bedoeling was het water te laten aanvoeren via een plaatselijke rivier, maar door droogte kon dat niet en moest men zich behelpen met drinkwater. De plaatselijke bevolking was daarvan de dupe. Het warme water zorgde bovendien voor al te veel wier.

Het aantal deelnemende landen bedroeg nu 60, een nieuw record. Opmerkenswaardige nieuwkomers waren Irak, Iran en Monaco. Australië was het enige land dat voor alle wedstrijden geselecteerd was. De Roemeense Georgeta Andrunache deed het huzarenstuk van Steven Redgrave (2000) en Elisabeth Lipa (2004) over en behaalde een vijfde gouden medaille.

België nam deel met twee herenploegen. Tim Maeyens (KRB) had reeds het jaar voordien de selectie in skiff behaald, maar er werd tot in mei 2008 getwijfeld om hem in dubbeltwee in te zetten. De selectie van de dubbeltwee, met uiteindelijk Christophe Raes en Bart Poelvoorde (beiden GRS), werd pas met de laatste wereldbekerwedstrijd afgedwongen. Raes en Poelvoorde bereikten vlot de halve finales. Daarin werden ze uitgeschakeld, maar in de B-finale werd overtuigend de tweede plaats in de wacht gesleept, hetzij een onverhoopte achtste plaats in de totaalstand. Tim Maeyens bereikte moeiteloos de A-finale van de skiff en werd daar auroritair vierde in een race waarbij alle tegenstanders 11 tot 21 kilo zwaarder waren. Opnieuw was het roeien een terecht prominent item in de Belgische olympische persverslaggeving.

Londen 2012

Londen is de enige stad die drie maal de Olympische Spelen herbergde, maar Henley was natuurlijk niet de plaats waar voor de derde maal geroeid werd. Dat was nu Dornley Laken in Eton, eigendom van het gelijknamige college, gelegen 30 km ten westen van Londen (niet zo ver van Henley). Niet speciaal aangelegd voor de Olympische Spelen (de bouw ervan begon reeds in 1996), maar wel een van de argumenten om de Spelen naar Londen te halen. Nochtans was er even sprake van toch elders een Olympische roeibaan te bouwen. De roeibaan zelf is prachtig, maar de orientatie in functie van de overheersende windrichting niet. Die orientatie kon niet anders omdat de aanleg gebeurde nabij een beschermd natuurgebied.

Het aantal deelnemende landen bedroeg 57, op Peking na het hoogste aantal. Er waren 550 atleten in 206 ploegen.

De Belgissche deeelname was beperkt tot één enkele atleet: Tim Maeyens. Door allerlei omstandigheden had hij zich pas in het voorjaar 2012 kunnen plaatsen zodat het er lang naar uit gezien had dat voor het eerst sinds 1980 er geen enkele Belgische roeier zou zijn. Tim Maeyens won overtuigend de schifting, vestigde zelfs een Olympisch record, en was ook zeer overtuigend in de kwartfinale. De halve finale werd een ontgoocheling: een sterke tegenwind maakte het onmogelijk de strijd tegen de veel zwaardere, grotere en dus sterkere tegenstanders te winnen. Het niet bereiken van de A-finale was nog niet verteerd toen twee dagen later de B-finale geroeid werd. Een twaalfde plaats in de totaalstand was het eindresultaat.

Rio de Janeiro 2016

Op de eerste Olympische Spelen in Zuid Amerika vonden de roeiwedstrijden plaats op het Lagoa Rodrigo de Freitas, landinwaarts onmiddellijk achter het fameuze Copacabana gelegen. Er waren deelnemers uit 69 landen, waarmee het record van 2008 werd verbeterd. In uitvoering van de IOC beslissing inzake de deelname van Rusland, werden 22 van de 28 ingeschreven Russen geweerd. Aldus waren er 548 atleten in 215 ploegen.

De Belgische deelname was opnieuw beperkt tot één deelnemer: Hannes Obreno (BTR). Hij had zich niet door resultaten in 2015 kunnen plaatsen, maar hij won ultiem het Europees kwalificatietornooi. Daarin slaagden ook de LM2X met Tim Brys (Club Gent) en Niels Van Zandweghe (BTR), maar de FISA-reglementering laat slechts één ploeg per geslacht per land toe die op die wijze geplaatst is. Het was aan de KBR om de keuze te maken. Niet leuk, maar logisch werd voor de skiffeur gekozen.

Hannes Obreno won zowel zijn reeks in de schiftingen als de in kwartfinale, telkens met groot gemak. In de halve finale werd hij derde, met miniem verschil op de tweede (een fotofinish gaf uitsluitsel). Aldus kon hij aantreden in de A-finale. De verwachting was dat de drie favorieten en de drie outsiders elk een onderlinge wedstrijd zouden hebben en dat was ook zo. Hannes Obreno, die veruit de jongste deelnemer was, behoorde tot de outsiders. Hij kwam nooit tussen in de strijd om de medailles, maar rukte mooi op van de zesde over de vijfde naar de vierde plaats.


Vermelden we tenslotte dat onze verenigingsvoorzitter Patrick Rombaut sinds Barcelona 1992 olympisch kamprechter is, sinds 2004 telkens als juryvoorzitter.

Balans voor België: er werd aan 24 olympiades deelgenomen, waarbij er 172 maal een roeier (waaronder 10 maal een dame) werd afgevaardigd, in 60 teams die zes maal zilver en twee maal brons haalden. dit met 136 verschillende atleten (waarvan 6 dames). Belgisch Olympisch roeigoud bestaat (nog) niet.